shinta lempers

Blog

Waarom de toko niet mag verdwijnen

De jongen aan het tafeltje langs de muur eet Nutella. Hij lepelt het zo uit de pot. Die is bijna leeg trouwens, dat doet ie goed. De jongen staat op en begint te filmen. De ingelijste bordjes nasi Rames aan de muur, de blikjes frisdrank en de zoete koek achter de glazen vitrine. Zal wel een toerist zijn.

Hij staat op en rekent af wat hij at voor de pot Nutella op tafel verscheen. De eigenaresse van de toko vraagt waar hij vandaan komt, en er ontstaat een gesprek. Hij komt uit Jakarta, het is de derde keer dat hij hier is, vloog met Garuda en hij ontmoet om de haverklap Indonesische mensen in de stad. Ik kan alles volgen, want ik heb een talenknobbel en soort van tweetalig opgevoed. Als we iets niet mochten thuis, en er was bezoek, kregen we dat in het Indonesisch te horen. Ook praten over anderen (in hun bijzijn), vloeken en de financiële balans opmaken gebeurde in het Maleis.

De jongen is weer gaan zitten. Ik zie nu dat hij zijn pink in de lucht houdt als hij eet. Hij draagt een kameelkleurige trenchcoat en zit recht als een stok. Ik koester dit beeld ineens heel erg.

En ik vraag me af hoe lang ik nog Indonesische gesprekken om me heen zal horen. Moet ik daar straks voor naar de Pasar Malam? Is dat überhaupt nog een ding? Is de toko met uitsterven bedreigd? Hoeveel plekken bestaan er nog waar zure eieren nog zonder pardon in een mandje op de toonbank staan. Wie durft de magnetron nog zonder gene in het zicht te plaatsen? Komen er nog eettentjes bij waar de vale batikdoeken op tafel liggen en de waaiers aan de muur, de eeuwige orchidee..

Ik kijk naar buiten. De Ferdinand Bolstraat. Een nieuwe Starbucks, nog een filiaal van G’s, weer Vinnies, ook een Loetje. Drie winkels die lijken op Things I like Things I love. De eenheidsworst in volle glorie. Zelfs de aanklacht tegen de eenheidsworst is nu een stukje ervan geworden.   

Dan de toko, daar zijn er niet twee hetzelfde van. In elke stad waar ik kom zoek ik er een op. Nergens proeft de Tjendol hetzelfde. Ik kom er ook omdat ze er op dezelfde manier in hun sloffen vooruit schuifelen als in Indonesië. Omdat het er ruikt naar en klinkt naar thuis. Zegt het niet genoeg dat we het Indonesische woord senang in ons woordenboek hebben geadopteerd?

Ik pak m’n telefoon en maak foto’s van de vitrine. Ote ote, risolles, martabak, kip loempia, Kue lapis, Kue Dadar, spekkoek, spons cake en Kue mangok. En ook de muur met ingelijste gerechten. Alles leg ik vast. Voor het nageslacht.