shinta lempers

Blog

De gouden zwangerschapstip van de postbode

De beste boodschap die iemand mij tijdens mijn zwangerschap gaf kwam van de postbode. De afgelopen weken kwam hij elke dag een pakketje afleveren. Nooit eerder was ik ‘s avonds weken achtereen thuis om pakketjes aan te kunnen nemen. Hij zag mijn buik groeien, hij zag mij in elke hoedanigheid.

Ik verschool mij telkens achter de hittegolf, zonder dat ik er iets over zei, als hij me weer in de deuropening aantrof in een vale boxershort en een hempje waar mijn buik onderuit piepte en mijn tepels doorheen priemden. Maar hij leek altijd bovenal blij dat ik kennelijk nog gezond was - want in staat om de deur te openen- al werd er nooit meer gezegd dan ‘asjeblieft’, ‘dankjewel’ en ‘fijne avond’.

Soms, als het lang duurde en hij alweer bij de volgende deur stond, had ik hem blijkbaar laten denken dat ik aan het bevallen was. Dus haastte ik mij de keer erna snel als er geklopt werd.

Hij was de enige constante in mijn dag in deze voordagen van het nieuwe seizoen dat op me wachtte. De rest van de dag verliep al een tijdje zonder enige routine. Ik raakte dan ook ingespeeld op het kloppen op de deur, ergens tussen acht en tien.

Vandaag kwam er iemand anders een pakketje brengen. Ik keek naar de dozen in zijn armen. 16 pakken ecovriendelijke babydoekjes, 1008 in totaal, een aanbieding. Hij scande het label op de doos en overhandigde het met eenzelfde opgetogen maar bedeesde blik. Ik was dankbaar dat de andere bestelling, kraamverband, in een discrete verpakking zat. Ik vroeg me af waar onze postbode was en of hij me nog wel zou treffen als mijn oude ik.

Een half uur later werd er weer geklopt. Het was onze vaste postbode. Het voelde als een opluchting. Ik had nog meer besteld. Alsof ook hij ervan uitging dat dit een van de laatste keren was dat hij me iets mee kon geven zei hij toen: een baby komt altijd met brood. Ik begreep hem niet, en ik zei ‘Ja, een baby komt met veel pakketjes’.

‘Nee, een baby, of het nou een jongen of een meisje is, komt altijd met veel rijkdom’, zei hij. Ik vroeg of hij kinderen had. Dat was niet het geval zei hij, maar hij wist die dingen omdat hij moslim is.

En voor hij bij de buren aanklopte zei hij nog iets. ‘Denk nooit dat je arm wordt van een kind, je wordt er rijker van dan ooit. Sommige mensen nemen een hond of een kat omdat ze bang zijn dat een baby ze arm maakt. Denk dat nooit.’ Ik keek naar mijn pakketjes. Aan mijn bankrekening had ik al tijden niet gedacht.

shinta lempersComment